Het oorspronkelijke Berberpaard
Het oorspronkelijke Berberpaard ontstond al rond 1200 vóór Christus. Het Berbervolk
bestond (en bestaat nog steeds) uit boeren en nomaden uit de Noord Afrikaanse gebieden
als Marokko, Algerije en Tunesie. Tezamen worden zij de Maghreb genoemd, wat zoveel
betekent als 'waar de zon ondergaat'. Maar de Berberstammen hadden ook geregeld oorlog
met elkaar. En hun beste wapens waren hun paarden! Ze waren snel, moedig en zeer
wendbaar. De paarden konden zo abrupt stoppen dat zijn berijder zijn speer heel ver
en hard naar zijn tegenstander kon werpen. De oorlogsruiters hadden een speciale
techniek. Zij namen gewoonlijk twee paarden mee in het gevecht, waarbij het tweede
paard de kwetsbare linkerzijde van de krijger vrijhield door bijten, trappen en slaan.
Bovendien kon dit paard de krijger, als hij in een noodsituatie terecht kwam, als
vervangpaard snel in zekerheid brengen.
Volwaardig lid van de familie
Het Berber-
Sterke binding met de mens
Deze sterke binding met de mens werd versterkt door de genadeloos strenge selectie
in de fokkerij. De hengsten werden pas op latere leeftijd voor de dekdienst ingezet.
Na de eerste veulens werd gekeken of het sociale en mensgerichte gedrag overerft
werd. Was dat niet het geval dan werd de betreffende hengst resoluut van de dekdienst
uitgesloten. Vaak moest de hengst dat met de dood bekopen. Door deze strenge selectie
ontwikkelde en bevestigde deze paarden hun zeer goede karakter. En deze 3000 jaar
lange selectie heeft ervoor gezorgd dat ook tegenwoordig het karakter van de Berber
nog geroemd wordt.
De Berber-
De Berber-
De Berber-
Marengo was een van de beroemdste paarden van Napoleon.
Het paard werd gevangen in Egypte tijdens de slag om Aboukirin in 1799. De grijze
Berber Arabier kreeg de naam Marengo naar Napoleons overwinning op 14 Juni 1800 bij
Marengo (Italië). Marengo droeg Napoleon in veel van zijn veldslagen en werd na de
slag om Waterloo (1815) gevangen door de Britse soldaten om het dier in Engeland
te kunnen tonen. Marengo stierf in 1832 en was naar schatting 38 jaar. Dat is een
verbluffende leeftijd voor een oorlogspaard, dat de littekens van de vele veldslagen
met zich mee droeg. Na zijn dood werd het skelet van het paard tentoongesteld in
het National Army Museum (Chelsea, Londen).
In de mode bij de Europese ridders
De Griekse geleerde Claudius Aelianus schreef in het jaar 200 na Christus over de
Berberpaarden: "Deze paarden zijn buitengewoon snel en sterk, maar bovendien zo volgzaam
dat ze zonder trens of teugel bereden kunnen worden en zich heel eenvoudig met een
stokje laten sturen". In 1200 na Christus kwam de Berber in de mode bij de Europese
ridders. De Berbers waren tot in de 18e eeuw zeer geliefd. Wie binnen de Europese
koningshuizen iets voorstelde, reed op een Berber of een Spaans paard.
Antoine Pluvinel
schreef over de Berber: "Ik houd veel van deze barbaarse paarden voor het Hoge School
rijden vanwege de buitengewone toegenegenheid om sierlijk en met een bijzondere ijver
de oefeningen uit te voeren."
In 1605 zegt G.E. Löhneysen: "De Moorse paarden zijn
tamelijk klein, maar conditioneel sterk en werklustig, ze kunnen veel hebben, het
zijn heerlijke goede paarden. Voornamelijk zijn ze dapper en blijmoedig en ze worden
in het bijzonder geprezen omdat ze erg werklustig en trouw aan de mens zijn."
In oorlogstijd
moest de Berber zijn kwaliteiten tonen op het slagveld. Er werden hoge eisen gesteld
aan de ruiter, maar zeker ook aan zijn paard. Om de zware 'oefeningen' op het slagveld
uit te kunnen voeren moest het paard sensibel, temperamentvol en goed te rijden zijn.
Maar bovenal moest hij mee willen werken en trouw zijn. In vredestijd diende de Berberhengsten
als comfortabele, rustige tölters voor de weinig zadelvaste adellijke dames. En natuurlijk
werden ze als dekhengst ingezet
Berberbloed reisde via Spaanse paarden mee naar Amerika
Na de inval van de Arabieren in de Maghreb werden veel Berber-
Goldophin Barb, stamvader van de Engels Volbloed
Karel II van Engeland was een liefhebber
van paardenrennen. Hij kreeg in 1662 als bruidschat van zijn gemalin onder andere
de Marokkaanse havenstad Tanger. In jaren dat deze stad onder zijn heerschappij viel,
werden een groot aantal Berberpaarden naar Groot Brittanië verscheept. Deze paarden
werden gebruikt om de eerste Britse renpaarden te verbeteren. De meest invloedrijke
verbeteraar was de Marokkaanse Berberhengst Godolphin Barb. Hij kwam in 1729 naar
Engeland. Zijn veulens overtroffen alle veulens tot dan toe. Ze hadden een extreem
goed uithoudingsvermogen, waren snel, onverschrokken en versloegen steeds de concurrentie
op de lange afstand. Godolphin Barb, die onbetwist als stamvader van de Engels Volbloed
geldt, en twee andere Berberhengsten 'Curwen Bay' en 'St. Victor' vormen tezamen
23,3% van het erfgoed van alle Engelse Volbloed paarden in de wereld.
Veldtocht naar Rusland
Maar ook dichterbij in de geschiedenis heeft de Berber nog
van zich laten horen. De veldtocht van Rommel in de 2e Wereldoorlog naar Tunesië
en Algerije leverde zo'n 2000 Berberhengsten op, die weer ingezet werden bij de veldtocht
naar Rusland. Zij werden naar Hongarije verscheept en droegen, samen met Duitse warmbloedpaarden,
het 42e Duitse Ruiterregiment tot ver voorbij St. Petersburg. Een lange en ondenkbaar
zware reis, die van alle paarden alleen door de Berberhengsten overleefd werd. Tijdens
deze barre tocht konden de paarden zich alleen voeden met het riet van de daken van
de boerderijen! Na de oorlog keerden de overlevenden van het regiment weer naar hun
thuisland terug. Velen van hen moesten om te overleven onderweg, in Rusland, later
in Polen en Oostenrijk en tenslotte in Duitsland, hun geliefde paard verkopen. Tweehonderd
van deze hengsten zijn gebruikt bij de Poolse warmbloed fokkerij en twintig werden
gebruikt voor de Trakhener fokkerij.
De Berber is dus een ongelofelijk invloedrijk
ras geweest. Niet alleen direct maar ook indirect. Daarom is het des te schokkender
dat er tegenwoordig nog maar zo weinig Berbers voorkomen.
Situatie van de fokkerij op dit moment
De wereldwijde situatie van de Berber werd
tot voor kort als 'vijf voor twaalf' omschreven. Dit moedige oorlogspaard was immers
werkeloos geworden. De inspanningen om het erfgoed 'Berber' te behouden zijn nu gelukkig
succesvol. In de Maghreb wordt deze fokkerij zelfs door de staat ondersteund. De
staatsfokkerijen hebben zeer goede hengsten tot hun beschikking. De bevolking kan
zijn merrie hier in veel gevallen zelfs gratis laten dekken. Vaak wordt er alleen
maar een zeer kleine bijdrage gevraagd in de stallingskosten van de merrie. (Dit
was vroeger zelfs niet het geval. Maar er werd door de eigenaar van de merrie geregeld
misbruik gemaakt van deze regeling om hun magere merries zowel drachtig als wel doorvoed
aan het eind van de zomer weer op te halen..) Deze positieve situatie is gecreëerd
om het voor de eigenaar aantrekkelijk te maken zijn merrie door een goede staatshengst
te laten dekken. Door de inspanningen van de moederlanden (Marokko, Tunesië en Algerije,
oftewel de Maghreb) en de Europese landen, is het overleven van de Berberpaarden
is nu zeker gesteld.
De internationale Berber en Berber-