Het oorspronkelijke Berberpaardwp739fddd3.jpg

Het oorspronkelijke Berberpaard ontstond al rond 1200 vóór Christus. Het Berbervolk bestond (en bestaat nog steeds) uit boeren en nomaden uit de Noord Afrikaanse gebieden als Marokko, Algerije en Tunesie. Tezamen worden zij de Maghreb genoemd, wat zoveel betekent als 'waar de zon ondergaat'. Maar de Berberstammen hadden ook geregeld oorlog met elkaar. En hun beste wapens waren hun paarden! Ze waren snel, moedig en zeer wendbaar. De paarden konden zo abrupt stoppen dat zijn berijder zijn speer heel ver en hard naar zijn tegenstander kon werpen. De oorlogsruiters hadden een speciale techniek. Zij namen gewoonlijk twee paarden mee in het gevecht, waarbij het tweede paard de kwetsbare linkerzijde van de krijger vrijhield door bijten, trappen en slaan. Bovendien kon dit paard de krijger, als hij in een noodsituatie terecht kwam, als vervangpaard snel in zekerheid brengen.
 

Volwaardig lid van de familiewp388059ed.jpg

Het Berber-volk hield zijn paarden niet in groepen of in stallen, maar hij knoopte zijn paard eenvoudig vast aan een touwtje temidden van de mensen, de honden, de geiten, de schapen en het tentenkamp. De paarden groeiden dus van oorsprong in zeer nauw contact met hun eigenaar op. Met name als de merries moesten veulenen haalden de vrouwen van de stam de hoogdrachtige merries in de tent. De pasgeboren veulens dronken dan hun eerste melk niet bij hun moeder, maar uit de handen van de vrouw die de merrie gemolken had. De merrie werd daarna gewassen, gebandageerd en met kostbaarheden verwend. De mannen van de stam voeden de hengsten speelsgewijs op en reden ze naar drinkplaatsen. Het Berberpaard was een volwaardig lid van de familie

 

Sterke binding met de menswp8d83111c_0f.jpg

Deze sterke binding met de mens werd versterkt door de genadeloos strenge selectie in de fokkerij. De hengsten werden pas op latere leeftijd voor de dekdienst ingezet. Na de eerste veulens werd gekeken of het sociale en mensgerichte gedrag overerft werd. Was dat niet het geval dan werd de betreffende hengst resoluut van de dekdienst uitgesloten. Vaak moest de hengst dat met de dood bekopen. Door deze strenge selectie ontwikkelde en bevestigde deze paarden hun zeer goede karakter. En deze 3000 jaar lange selectie heeft ervoor gezorgd dat ook tegenwoordig het karakter van de Berber nog geroemd wordt.
 

 

 

De Berber-Arabierwp05555e98.jpg

De Berber-Arabier is geen toevallige kruising, maar een fokrichting die eeuwen geleden is ontstaan. In 700 na Christus vielen de moslim Arabieren, de Maghreb aan. Er was wederom veel oorlog en de paarden die de Arabieren meenamen werden weer gekruist met de paarden van de Berberstammen. Zo ontstond de Berber-Arabier. Dit paard was een robuust, maar tegelijk een goedbewegend en moedig oorlogs- en gebruikspaard. Ze herbergden de voordelen van zowel de paarden van de Berbers als van de Arabieren in zich. Deze paarden waren dermate populair dat stukje bij beetje het oude Berberras verdrongen werd door dit 'nieuwe' ras. In Marokko wordt het aantal Berber-Arabieren geschat op zo'n 160.000 en hetzelfde aantal loopt in de rest van de wereld. Het totale aantal Berber-Arabieren wordt daarmee geschat op 300.000. Dit is waarschijnlijk nog wel het honderd-voud van de nog in leven zijnde zuivere Berber. In Europa zijn nog niet zo veel Berbers en Berber-Arabieren, de meeste zijn te vinden in Duitsland en Frankrijk. De paarden worden daar door enthousiaste gebruikers ingezet voor de fokkerij om deze paarden te behouden voor de recreatie en de sport.

 

De Berber-Arabier van Napoleon
Marengo was een van de beroemdste paarden van Napoleon. Het paard werd gevangen in Egypte tijdens de slag om Aboukirin in 1799. De grijze Berber Arabier kreeg de naam Marengo naar Napoleons overwinning op 14 Juni 1800 bij Marengo (Italië). Marengo droeg Napoleon in veel van zijn veldslagen en werd na de slag om Waterloo (1815) gevangen door de Britse soldaten om het dier in Engeland te kunnen tonen. Marengo stierf in 1832 en was naar schatting 38 jaar. Dat is een verbluffende leeftijd voor een oorlogspaard, dat de littekens van de vele veldslagen met zich mee droeg. Na zijn dood werd het skelet van het paard tentoongesteld in het National Army Museum (Chelsea, Londen).

 

In de mode bij de Europese ridderswpfd2ed5c3.jpg

De Griekse geleerde Claudius Aelianus schreef in het jaar 200 na Christus over de Berberpaarden: "Deze paarden zijn buitengewoon snel en sterk, maar bovendien zo volgzaam dat ze zonder trens of teugel bereden kunnen worden en zich heel eenvoudig met een stokje laten sturen". In 1200 na Christus kwam de Berber in de mode bij de Europese ridders. De Berbers waren tot in de 18e eeuw zeer geliefd. Wie binnen de Europese koningshuizen iets voorstelde, reed op een Berber of een Spaans paard.
Antoine Pluvinel schreef over de Berber: "Ik houd veel van deze barbaarse paarden voor het Hoge School rijden vanwege de buitengewone toegenegenheid om sierlijk en met een bijzondere ijver de oefeningen uit te voeren."
In 1605 zegt G.E. Löhneysen: "De Moorse paarden zijn tamelijk klein, maar conditioneel sterk en werklustig, ze kunnen veel hebben, het zijn heerlijke goede paarden. Voornamelijk zijn ze dapper en blijmoedig en ze worden in het bijzonder geprezen omdat ze erg werklustig en trouw aan de mens zijn."
In oorlogstijd moest de Berber zijn kwaliteiten tonen op het slagveld. Er werden hoge eisen gesteld aan de ruiter, maar zeker ook aan zijn paard. Om de zware 'oefeningen' op het slagveld uit te kunnen voeren moest het paard sensibel, temperamentvol en goed te rijden zijn. Maar bovenal moest hij mee willen werken en trouw zijn. In vredestijd diende de Berberhengsten als comfortabele, rustige tölters voor de weinig zadelvaste adellijke dames. En natuurlijk werden ze als dekhengst ingezet

 

Berberbloed reisde via Spaanse paarden mee naar Amerikawp0178ed67_0f.jpg

Na de inval van de Arabieren in de Maghreb werden veel Berber-volkeren islamitisch. En zij vielen op hun beurt in naam van Allah Spanje weer aan. Door deze invasie is er veel Berberbloed bij het Spaanse paard ingefokt. De oude Berberpaarden en de hedendaagse Andalusiër hebben dan ook veel overeenkomsten qua uiterlijk. Deze met Berberbloed gefokte Spaanse paarden, werden in het jaar 1500 door de Spaanse ontdekkingsreizigers meegenomen naar Amerika en hebben grote invloed gehad op de (Zuid) Amerikaanse paardenrassen. De Berber is hiermee tevens grondlegger geweest voor bijvoorbeeld de Quarter-Horse.

 

 

 

Goldophin Barb, stamvader van de Engels Volbloed
Karel II van Engeland was een liefhebber van paardenrennen. Hij kreeg in 1662 als bruidschat van zijn gemalin onder andere de Marokkaanse havenstad Tanger. In jaren dat deze stad onder zijn heerschappij viel, werden een groot aantal Berberpaarden naar Groot Brittanië verscheept. Deze paarden werden gebruikt om de eerste Britse renpaarden te verbeteren. De meest invloedrijke verbeteraar was de Marokkaanse Berberhengst Godolphin Barb. Hij kwam in 1729 naar Engeland. Zijn veulens overtroffen alle veulens tot dan toe. Ze hadden een extreem goed uithoudingsvermogen, waren snel, onverschrokken en versloegen steeds de concurrentie op de lange afstand. Godolphin Barb, die onbetwist als stamvader van de Engels Volbloed geldt, en twee andere Berberhengsten 'Curwen Bay' en 'St. Victor' vormen tezamen 23,3% van het erfgoed van alle Engelse Volbloed paarden in de wereld.

 

Veldtocht naar Rusland
Maar ook dichterbij in de geschiedenis heeft de Berber nog van zich laten horen. De veldtocht van Rommel in de 2e Wereldoorlog naar Tunesië en Algerije leverde zo'n 2000 Berberhengsten op, die weer ingezet werden bij de veldtocht naar Rusland. Zij werden naar Hongarije verscheept en droegen, samen met Duitse warmbloedpaarden, het 42e Duitse Ruiterregiment tot ver voorbij St. Petersburg. Een lange en ondenkbaar zware reis, die van alle paarden alleen door de Berberhengsten overleefd werd. Tijdens deze barre tocht konden de paarden zich alleen voeden met het riet van de daken van de boerderijen! Na de oorlog keerden de overlevenden van het regiment weer naar hun thuisland terug. Velen van hen moesten om te overleven onderweg, in Rusland, later in Polen en Oostenrijk en tenslotte in Duitsland, hun geliefde paard verkopen. Tweehonderd van deze hengsten zijn gebruikt bij de Poolse warmbloed fokkerij en twintig werden gebruikt voor de Trakhener fokkerij.
De Berber is dus een ongelofelijk invloedrijk ras geweest. Niet alleen direct maar ook indirect. Daarom is het des te schokkender dat er tegenwoordig nog maar zo weinig Berbers voorkomen.

 

Situatie van de fokkerij op dit moment
De wereldwijde situatie van de Berber werd tot voor kort als 'vijf voor twaalf' omschreven. Dit moedige oorlogspaard was immers werkeloos geworden. De inspanningen om het erfgoed 'Berber' te behouden zijn nu gelukkig succesvol. In de Maghreb wordt deze fokkerij zelfs door de staat ondersteund. De staatsfokkerijen hebben zeer goede hengsten tot hun beschikking. De bevolking kan zijn merrie hier in veel gevallen zelfs gratis laten dekken. Vaak wordt er alleen maar een zeer kleine bijdrage gevraagd in de stallingskosten van de merrie. (Dit was vroeger zelfs niet het geval. Maar er werd door de eigenaar van de merrie geregeld misbruik gemaakt van deze regeling om hun magere merries zowel drachtig als wel doorvoed aan het eind van de zomer weer op te halen..) Deze positieve situatie is gecreëerd om het voor de eigenaar aantrekkelijk te maken zijn merrie door een goede staatshengst te laten dekken. Door de inspanningen van de moederlanden (Marokko, Tunesië en Algerije, oftewel de Maghreb) en de Europese landen, is het overleven van de Berberpaarden is nu zeker gesteld.
De internationale Berber en Berber-Arabier fokkerij is ondergebracht bij de overkoepelende organisatie OMCB (Organisation Mondiale de Cheval Barbe). Deze organisatie werd in 1988 in Algerije opgericht. Hij ondersteunt de samenwerking van zijn leden; de stamboeken van Algerije, Marokko, Tunesië, Frankrijk en Duitsland. Om de Europese interesse te bundelen en duidelijker te kunnen vertegenwoordigen, is in 2000 het OECB opgericht. Hierin zitten vertegenwoordigers van de fok-verenigingen van België, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. In Nederlands is op dit moment nog geen eigen fok-vereniging vertegenwoordigd.